Over de Trialsporen dit Seizoen 2015

Trialsporen 2015

Voorstel voor aanpassing van de klassen/sporen

Zoals besproken tijdens de prijsuitreiking in november 2015, willen we proberen om vijf sporen in te voeren om de grote diversiteit binnen het blauwe en rode spoor te verbeteren.

Hoewel dit niet zal meevallen willen we beginnen om het gele spoor. We hebben daarvoor een geel-plus (of oranje of anders) spoor ingevoerd. De rijders in die klassen rijden het gele spoor, maar als er ook geel-plus-pijlen staan gaat dit voor.

Mogelijk heeft de club geen geel-plus pijlen, dan kunnen deze gemaakt worden met behulp van een toevoeging met viltstift, tape of afzetlint of anders. Als het bij de rijderbespreking maar bekend is.

We beginnen in Rotterdam hiermee.

In een volgende wedstrijd kunnen we dan ook invoeren om aan het rode spoor een rood-plus toe te voegen. Denk aan een rode pijl met een stukje lint eraan. In de praktijk zullen dit dan gedeelten geel zijn, die voor geel niet te moeilijk zijn maar voor rood een leuke uitdaging.

Als dit ook goed gaat dan kunnen we daarna een blauw-plus invoeren, waarbij deze blauw-plussers een gedeelte van het rode spoor rijden.

Hiervoor zijn dus geen veranderingen nodig in de secties (voor geel-plus moet met het uitzetten al rekening gehouden worden), maar enkel enkele pijlen (1 of hooguit 2 pijlen per sectie) gezet worden bij reeds geplaatste pijlen van het hogere spoor.

Enkel moeten we afspreken of bijvoorbeeld twee Plus-rijders de pijlen plaatsen of iemand van CTN die de nivo’s goed kent.

Als we uitgaan van een pijl met een strik lint erom, dan kan de rijder ook een stukje lint aan het stuur knopen en is voor iedereen zichtbaar wat men rijdt.

De uitdaging is om het voor iedereen eenvoudig te houden. Maar nu lukt dat ook, dus waarom zou het andere ook niet. Uiteindelijk kan dit systeem voor alle rijders goed uitpakken, omdat dan niet alle sporen rigoureus door elkaar gegooid worden, maar enkel aanpassing zodat elke rijder een goed nivo kan rijden, zonder dat het voor de uitzetters te moeilijk wordt.

Laat mondeling of per mail weten (bij de coördinator) wat je er van vind en of er nog suggesties zijn.